
We hebben er de hele week een heel goed gevoel over. Het voelt goed, dit zou zo maar eens waar kunnen zijn, een broertje of zusje voor Vik. Stiekem fantaseren we er al een beetje over. Hoe leuk & bijzonder zou dat zijn? Nog een klein wonder?
Maar aan de andere kant weten we ook dat het ‘te mooi om waar te zijn’ is.
Echt heel veel geluk hebben we in deze niet altijd gehad, maar toch blijven we altijd positief. We weten immers ook dat het wel kan. Dat helpt ons ook wel om de hoop te houden. Ondanks dat het zo goed voelde en we er veel vertrouwen in hadden,
gaat het helaas naar een goede week toch weer mis.
Ik ben op het werk en merk dat het misgaat. Wat een ontlading, zo veel verdriet, leegte, pijn, ik voel alles door elkaar. Ik wil naar huis, bij mijn gezin zijn. Zo fijn dat dit op deze momenten mogelijk is. Die avond zijn we met ons gezinnetje samen, we huilen, praten, gewoon even samen zijn.
Het besef dat dit onze laatste cryo was komt hard aan, dit was het.
Als we nu nog een tweede kindje willen, zullen we weer van voor af aan beginnen.
Een heel nieuw traject vol met spanningen, pijn, spuitjes, hormonen, verdriet, hoop en angst. We hadden zo gehoopt dat ons het hele traject nog een keer bespaart zou blijven.
Verdriet, boosheid, angst, het voelt ook als een soort falen, waarom willen de embryo’s toch steeds niet innestelen?
Wat was het mooi geweest als we zwanger waren geworden via deze cryo’s, de soort tweeling broertjes/zusjes van Vik. Dit was zo bijzonder geweest en fijn natuurlijk.
